Thomas Van der Plaetsen: op zoek naar Rio

Met slechts 25 jaar op de teller, heeft tienkamper Thomas Van der Plaetsen al een levensverhaal om u tegen te zeggen. Topsport glansrijk combineren met studies en als een komeet omhoog schieten in de atletiekwereld, om dan plots tot een halt te komen door een geweldige mokerslag. Teelbalkanker. En dan zwijgen we nog over de valse dopinggeruchten die het nieuws voorafgingen. Je wenst het je ergste vijand niet toe. Thomas vocht terug als een Vlaamse leeuw en nu bereidt de Deinzenaar zich voor op stage in Zuid-Afrika. Aan de andere kant van de wereld peigert hij zich af met maar één doel voor ogen.

De olympische tienkamp dus. Wie in Rio het hoogste schavotje mag beklimmen, wordt traditioneel uitgeroepen tot de beste atleet op deze aardkloot. “Ik geloof daar wel in. Puur op atletisch vlak denk ik niet dat er in de wereld iemand beter is. Er zijn natuurlijk heel wat vaardigheden die in de tienkamp niet op de proef worden gesteld. Balgevoel bijvoorbeeld”, lacht Thomas.

De zoektocht om zo goed mogelijk te zijn in alles, is een grote motivatie om mezelf elke dag uit te dagen

Zelf kwam hij door een gelukkig toeval bij de discipline terecht. “Ik was namelijk begonnen als hoogspringer. Op het einde van het seizoen waren er geen wedstrijden meer en besloot ik om eens een tienkamp te proberen, puur voor het plezier. Omdat ik er erg goed in bleek te zijn, heb ik die kans met beide handen gegrepen.”

Een mens vraagt zich af waarom je het jezelf zou aandoen. Twee dagen en tien proeven lang je lichaam uitknijpen tot er geen greintje energie meer overschiet. “Net omdat er zoveel variatie is, vind ik de sport minder limiterend”, verklaart Thomas de aantrekkingskracht van de tienkamp. “De zoektocht om zo goed mogelijk te zijn in alles, spreekt tot de verbeelding en is een grote motivatie om mezelf elke dag uit te dagen.”

Thomas bereidt zich momenteel voor in Zuid-Afrika voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. ©Michael Van der Plaetsen
Thomas bereidt zich momenteel voor in Zuid-Afrika voor de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. ©Michael Van der Plaetsen

Mindset

Van alle disciplines spreekt de tienkamp misschien wel het meeste tot de verbeelding, maar met de grootste media-aandacht gaan jullie niet lopen. Heb je soms het gevoel dat tienkamp bij het grote publiek minder bekend is?

Thomas: “Tienkamp heeft inderdaad betere tijden gekend, toen legendes als Daley Thompson en Jürgen Hingse de plak zwaaiden. Dat tijdperk is jammer genoeg voorbij, maar ik denk dat de tienkamp hier in België de laatste jaren opnieuw aan bekendheid heeft gewonnen. Met Hans Van Alphen, Nafi Thiam en mezelf kunnen we zeker niet klagen over de media-aandacht. Er is redelijk wat erkenning voor onze prestaties en dat is positief. Als je het vergelijkt met een jaar of tien terug, dan was er in België gewoonweg geen sprake van tienkamp.”

Iedere kampioen heeft voorbeelden nodig. Naar wie keek jij op als jonge snaak?

Thomas: “Echte idolen heb ik nooit gehad. Wel waren er atleten die mij hebben geïnspireerd toen ik zelf al intensief met sport bezig was. Niet omwille van hun prestaties, maar door de manier waarop ze te werk gingen. Trey Hardee bijvoorbeeld, de wereldkampioen tienkamp van 2009. Hij trainde ongelofelijk hard, maar liet het allemaal een fluitje van een cent lijken. Terwijl hij bakken meer werk verzette dan elke andere tienkamper ter wereld op dat moment. Die mindset is iets waar ik naar opkeek.”

Ik ben altijd iemand geweest die meer waarde hecht aan de prestatie dan aan de kleur van de medaille

De tienkamp is niet enkel de verschillende proeven, maar ook de recuperatie- en voorbereidingstijd ertussen. Hoe probeer jij die momenten ten volle te benutten?

Thomas: “De overschakeling die je maakt van de ene proef naar de andere is onlosmakelijk verbonden met de tienkamp. Van hordenlopen naar discuswerpen gaan, is bijvoorbeeld een hele moeilijke. Hordenlopen is heel agressief en volledig rechtdoor, terwijl je lichaam bij discuswerpen een zee van rust moet uitstralen. Die overschakeling goed verteren, is dus een essentieel deel van het presteren doorheen de tienkamp. Op den duur creëer je voor jezelf gewoontes om die adrenalinerush uit te lokken of net complete rust te gaan vinden. Als je dan op een groot kampioenschap staat en er is veel stress, helpen die gewoontes natuurlijk om de druk even van je schouders te lichten.”

Hoe zit het met de sfeer tussen de concurrentie tijdens zo’n afmattende tienkamp? Is iedereen gefocust op zichzelf of kan er al eens gelachen worden?

Thomas: “Meestal hebben ze in het stadion een restroom, waar bedden en eten voorzien zijn. Tussen de proeven in zit iedereen daar. Als je twee dagen met dezelfde gasten spendeert in één ruimte, wordt er over zowat alles geleuterd. Er is een hele vriendschappelijke sfeer in onze discipline, iets wat vroeger wel eens anders was. Persoonlijkheden spelen daar nu eenmaal een rol in. Denk maar aan Daley Thompson, die tijdens het wereldkampioenschap in 1984 een t-shirt aandeed met een spottende tekst over één van zijn tegenstanders (‘Is the world’s 2nd greatest athlete gay?’ stond daarop te lezen). Zo’n taferelen ga je nu niet meer zien. De dagen voor de start loert iedereen wel een beetje naar elkaar om te zien wie de grote vorm te pakken heeft. Dan merk je wel wat spanning, maar tijdens de wedstrijd valt het allemaal goed mee.”

“De overschakeling van adrenalinerushes naar complete rust goed verteren, is een essentieel onderdeel van de tienkamp.” ©Michael Van der Plaetsen
“De overschakeling van adrenalinerushes naar complete rust goed verteren, is een essentieel onderdeel van de tienkamp.” ©Michael Van der Plaetsen

Studentenleven

Je hebt een bachelor Toegepaste Informatica behaald aan de Hogeschool Gent. Was het moeilijk om die studies te combineren met topsport?

Thomas: “Organisatie was voor mij de grootste uitdaging. De agenda van de hogeschool ligt natuurlijk niet in lijn met wat er op het sportieve vlak gepland staat. Voor stages en wedstrijden zit ik nu eenmaal vaak in het buitenland. De opleiding met het sportieve combineren is zeker doenbaar, zolang je beide agenda’s weet te verzoenen.”

Had je het gevoel dat je voldoende ondersteund werd door de school?

Thomas: “In het begin was het moeilijk. Elke universiteit heeft traditioneel wel wat topsporters in zijn rangen, maar ik had toen niet het gevoel dat zo’n statuut in België veel inhield. Pas wanneer ik doorheen de jaren directie en leerkrachten beter leerde kennen, kwam er binnen de school een zeker persoonlijk engagement op gang om mij zo goed mogelijk te begeleiden. Omdat ze begrepen waarmee ik bezig was, zeker toen ik echt doorbrak als atleet. Op die manier is de combinatie de laatste jaren een stuk makkelijker geworden. Ik hoor nu wel van de volgende generatie student-atleten dat ze een heel stuk flexibeler behandeld worden dan ik in het begin, dus dat is een positieve evolutie.”

Het hele sociale gebeuren op school is voor een stuk aan mij voorbij gegaan. Aan de andere kant heb ik over heel de wereld mensen leren kennen die ook met sport bezig zijn, dus dat compenseert wel.

Veel topsporters blijven na hun carrière hangen in hetzelfde wereldje, als trainer of als manager bijvoorbeeld. Ben je van plan om effectief iets te doen met je diploma?

Thomas: “Dat kan, want ik ben er op dit moment ook al iets mee aan het doen. Ik heb die opleiding niet zomaar gedaan om een diploma achter de hand te hebben. Informatica is nu eenmaal één van mijn interessegebieden. Het is leuk om wat bezighouding te hebben naast de sport en ik probeer dan ook voortdurend op de hoogte te blijven van de nieuwste ontwikkelingen. Het is zeker een mogelijke stap om daar na mijn carrière iets mee te doen.”

Heb je ondanks het strakke sportieve kader toch een beetje kunnen proeven van het studentenleven of heb je eerder het gevoel dat je die boot helemaal gemist hebt?

Thomas: “Veel studentenleven heb ik niet gehad. (lacht) Ik zat bijna altijd in het buitenland en als ik al eens in België was, stonden er examens of wedstrijden voor de deur. Nu, heb ik het gevoel dat ik iets gemist heb? Dat niet. Af en toe zou het misschien wel tof geweest zijn om met vrienden mee te gaan naar één van hun feestjes, maar op persoonlijk vlak denk ik niet dat ik iets gemankeerd heb. Ik heb wel gemerkt dat het hele sociale gebeuren op school, nieuwe vrienden maken bijvoorbeeld, voor mij een stuk minder was. Aan de andere kant heb ik op die manier over heel de wereld mensen leren kennen die ook met sport bezig zijn, dus dat compenseert wel.

TANK'S TIENKAMP

1. Ashton Eaton, momenteel onaantastbaar in de tienkamp, of Usain Bolt? Sowieso Ashton Eaton.

2. De Ronde van Vlaanderen of het EK voetbal? Het EK voetbal, al ben ik geen grote voetbalfan. Ik denk dat het gevoel van samenhorigheid nog iets groter en specialer is.

3. Deinze of Zuid-Afrika? Toch wel Zuid-Afrika.

4. Slechtste gewoonte? Ik eet nogal graag zoete dingen, pannenkoeken en muffins kan ik moeilijk weerstaan.

5. Belangrijk als informaticus: Apple of Windows? Windows.

6. Favoriete overwinning? Het EK bij de junioren. Omdat het zo onverwacht was. Met die overwinning is alles voor mij begonnen.

7. Om een goede prestatie te vieren drink ik het liefst… Een goede rode wijn of een bruine Chimay.

8. Favoriete sportmoment? Tia Hellebaut, die in 2008 wereldkampioene indoor werd in de meerkamp.

9. Welke sporter bezorgt ons in Rio goud? Op Philip Milanov (discuswerpen) en Jaouad Achab (taekwondo) zou ik wel mijn geld durven zetten.

10. Ultieme droom? Ik ben nogal een reisfanaat, dus laat mij dan waar de wereld zien. Zoveel mogelijk.

Olympische limiet

Na je kankerbehandeling moest je opnieuw van nul beginnen, maar dat deed je met verve. Op je eerste wedstrijd, de universiade van Gwangju in Zuid Korea vorige juli, behaalde je meteen de gouden medaille met een score van net geen 8.000 punten. Die magische grens is wel zo’n beetje de maatstaf om terug bij de abolute top te horen. Overheerst op zo’n moment de opluchting of is het competitiebeest in jou dan toch ontgoocheld?

Thomas: “Het was een beetje dubbel. Ik was naar daar gegaan om goud te winnen en dat is me ook gelukt, een fantastisch gevoel na zo’n moeilijk jaar. Anderzijds ben ik altijd iemand geweest die meer waarde hecht aan de prestatie dan aan de kleur van de medaille. Dat ik niet op het niveau was om die 8.000 punten te overstijgen, was dus toch wel een teleurstelling. Nu, ik heb ondertussen geleerd dat ik over zulke kleine dingen niet mag klagen. Dat ik er opnieuw stond na zo’n korte herstelperiode, daar moet ik gewoon blij om zijn.”

Een kleine maand later was er al het WK in Peking. Daar behaalde je wél meer dan 8.000 punten, maar schoot je net tekort om een ticket voor de Olympische Spelen te verzekeren.

Thomas: “8.100 punten en op die manier beter doen dan de olympische limiet was natuurlijk mijn grote doel, maar dat zat er toen net niet in. Het was misschien een absurd doel, om zeven maanden na chemotherapie al zo hoog te willen scoren. Maar als je er dan zo dicht bij bent, voelt het heel zuur aan.”

Als ik even mag dromen, dan wil ik mijn naam graag in de top vijf zien staan in Rio

De volgende tienkamp waaraan je deelneemt is pas deze zomer, vlak voor de Olympische Spelen. Daar moet het dan gaan gebeuren. Heb je er vertrouwen in dat de  olympische limiet zal sneuvelen?

Thomas: “Het duurt iets langer dan ik gehoopt had om weer de volle honderd procent te zijn, van mijn oude niveau ben ik toch nog een stapje verwijderd hoor. Maar ik heb er vertrouwen in. Ik voel me nu al sterker dan vorig jaar. Ik wacht iets langer om opnieuw een tienkamp af te haspelen, zodat ik me in de beste omstandigheden kan voorbereiden op deze zomer. Want daar moet het dan inderdaad gaan gebeuren.”

Laat ons er even vanuit gaan dat je de trip naar Rio mag maken. Welke ambities leg je jezelf dan op?

Thomas: “De top acht lijkt me een realistisch doel om mee te beginnen, wat een finaleplaats zou betekenen. Verder is het moeilijk om op dit moment in te schatten of ik met de echte toppers zal kunnen wedijveren. Hoever ik mijn lichaam kan pushen en hoe ik de vele inspanningen verdraag in vergelijking met vroeger, dat zijn allemaal ongekende factoren. Maar als ik even mag dromen, dan wil ik mijn naam graag in de top vijf zien staan in Rio.”

Wij duimen alvast!

 

Marchaud Wittouck en Michiel Martin

Het interview met Thomas is ook te lezen in de nieuwste editie van TANK magazine. Met zo'n prachtige foto's (dank aan Helena en Michael Van der Plaetsen) sierde hij dan ook onze cover.
Het interview met Thomas is ook te lezen in de nieuwste editie van TANK magazine. Met zo’n prachtige foto’s (dank aan Helena en Michael Van der Plaetsen) sierde hij dan ook onze cover.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *